Tips voor meer vlinders in je tuin

 

 
 


Vlinders hebben nood aan bloemen om van te eten, waardplanten om eitjes in te leggen, planten om in te schuilen en wilde hoekjes om te overwinteren. Met deze 10 tips lok je vlinders naar je tuin.


1. Zet inheemse planten en laat brandnetels staan.
2. Zorg van het vroege voorjaar tot in de late herfst voor nectar in je tuin.
3. Creëer hoogtes en laagtes in je vegetatie, het is een herkenningspunt en uitkijkpost voor vlinders.
4. Leg beschutte hoekjes aan met hagen en heggen.
5. Kies voor inheemse plantensoorten, die bieden betere voedingsstoffen voor onze dieren.
6. Leg een kruidentuin of moestuin aan en laat enkele planten aan de vlinders.
7. Ruim je tuin in de winter niet te netjes op zodat eitjes, rupsen en poppen kunnen overleven.
8. Maak een voedertafel voor vlinders met rottend fruit of laat vruchten van je fruitboom op de grond liggen.
9. Hang een vlinderhuisje op in je tuin.
10. Gebruik geen pesticiden en zo weinig mogelijk meststoffen.


Vlinders naar je tuin lokken

 

Plant waardplanten en laat brandnetels staan

Vlinders zijn verzot op nectar. Die vinden ze in bloemen. Vlinders gaan gericht op zoek naar planten om hun eitjes op te leggen, hun waardplant. Voor de dagpauwoog, atalanta en kleine vos is dat de grote brandnetel. Het icarusblauwtje gaat op zoek naar klaversoorten en het boomblauwtje wil onder meer sporkehout. Voorzie een bloemenweide in je tuin met die waardplanten of maak een wild hoekje bij je composthoop.


Voorzie het hele jaar door nectar in je tuin

Naast waardplanten gaan volwassen vlinders op zoek naar bloemen met nectar in je tuin. Daar zijn ze verzot op. Vlinderstruik, wilg of koninginnenkruid zijn maar enkele voorbeelden van planten die uitblinken in het aantrekken van dagvlinders. In het voorjaar zijn wilg, sleedoorn en hazelaar belangrijke nectarleveranciers. In het najaar zijn koninginnekruid, laatbloeiende vlinderstruiken en klimop belangrijk.


Creëer hoogtes en laagtes

Vlinders vertoeven langer in een tuin met afwisseling van hoge en lage planten, bomen, struiken, kruiden en gazon. Als het koud is houden vlinders zich graag schuil op een beschut plekje en wachten ze tot het weer betert. Als het echt warm is, zoeken ze de schaduw op. 

Vlinders gebruiken de planten in je tuin ook als herkenningspunt. In grote bloemenperken met maar een plantensoort vliegen vlinders verloren.  Hoog uitstekende planten worden door mannetjes gebruikt als uitkijkpost om vrouwtjes te zoeken. Sommige soorten zoals het bont zandoogje, atalanta of groot dikkopje verdedigen vanaf die uitkijkpost een territorium.  

 


Vlinderhuisje?

 

Door de verticale sleuven van vlinderkasten kunnen vlinders een ongestoord rustplekje opzoeken voor de nacht en voor de winter. Of je veel of weinig vlinders naar je tuin kan lokken is afhankelijk van de omgeving waarin je tuin ligt. Een tuin in een kleinschalig landschap met veel bloeiende planten zal sneller verschillende soorten vlinders op bezoek krijgen dan een ingesloten stadstuintje. Maar zelfs de allerkleinste stadstuin of bloembakken op een terras kunnen vrolijke fladderaars aantrekken.

 

Waar zijn de vlinders in de winter?

 

Elke vlindersoort heeft zijn eigen methode om de winter door te komen. De meeste vlinders overwinteren als rups of pop. Sommige soorten zoals de atalanta en de distelvlinder vliegen in de winter naar het warme zuiden. In het voorjaar keert een nieuwe generatie weer terug.

Eitjes, rupsen en poppen zitten op planten of uitgebloeide stengels, onder dorre bladeren, in het gras of in de grond. Ruim je tuin dus niet te netjes op voor de winter, want in een schoongeharkte tuin kan geen vlinder overwinteren.

 

 

Met dank aan onze partner Natuurpunt voor de foto’s en tips.