Een tuin vol vogels

Laten we elke tuin, groot of klein, in de stad of meer 'buiten', aantrekkelijk maken voor vogels. Zo helpen we om ze te beschermen, heel belangrijk nu de natuur meer en meer onder druk staat. En door je tuin vogelvriendelijk te maken, krijg je dicht bij huis veel verschillende vogels te zien: leuk en leerzaam! Goed voor je tuin bovendien, want vogels zijn dol op slakjes, bladluizen en rupsen.

Een vogelvriendelijke tuin
Eigenlijk is het heel simpel: zorg voor voldoende voedsel en water, nestgelegenheid en beschutting en de vogels komen vanzelf. Dit zijn onze tips:
• Een dicht bebladerde struik, heg of klimmer – zoals een Vuurdoorn of klimroos – is een veilige plek voor een nest. Vogels kunnen er ook schuilen bij slecht weer of zich verstoppen voor katten. Helemaal ideaal als de struik 's winters groen blijft.
• Plant een struik of boom met eetbare bessen, zoals een Krentenboompje, Klimop of Meidoorn. En zorg voor planten met eetbare zaden, zoals Zonnebloem of Kaardebol
• Kies planten die insecten aantrekken. Die dienen weer als voedsel voor vogels. Plant liever 'enkele' in plaats van 'gevulde' bloemen: daar kunnen vlinders, bijen en zweefvliegen beter bij de nectar. Inheemse bloeiers trekken vaak meer insecten dan exotische.
• Gebruik geen gif! En tuinier vooral niet te ‘netjes’. Een beetje 'onkruid' mag, dat trekt rupsen en insecten aan. Laat in de herfst afgevallen blad en uitgebloeide planten liggen: daar zoeken vogels wormen en insectjes tussen.
• Hang een of meer nestkastjes op.
• Geef, zeker in de winter, extra voedsel. Met verschillende soorten voer lok je ook verschillende vogelsoorten naar je tuin.
• Zorg voor schoon water om te drinken en in te baden. In het vogelbadje leg je wat stenen om op te zitten, fijn voor kleine vogels.

Op de site van Vogelbescherming vind je nog meer tips voor een tuin vol vogels.

Vink

Spreeuw

Huismus

Roodborst

Merel

Koolmees en pimpelmees

Vogels voederen

Je kunt het hele jaar (bij)voederen, ook in een tuin vol voedsel, insecten, zaadjes en bessen. Het geeft vogels een extraatje naast hun gewone voedsel en maakt van je tuin een populair 'vogelrestaurant'.

Vogels gebruiken het hele jaar door veel energie: in de lente en zomer om te nestelen en hun jongen te voeden, in de herfst om vetreserves op te bouwen voor de winter of de trek naar het zuiden. De winter blijft de belangrijkste tijd om te voederen. Winterdagen – zeker met sneeuw of vorst – zijn vaak te kort om voldoende voedsel te vinden. Om bij kou hun lichaamstemperatuur (ca. 40ºC!) op peil te houden, hebben vogels energie- en vetrijk voedsel nodig: bij Dille & kamille vind je een ruime keuze.

Welke vogel eet wat?
• Kool-, pimpel- en andere mezen: Vetbollen om los in de boom te hangen of in een speciale 'voedersilo', pinda's, zonnepitten.
• Merels, lijsters en spreeuwen: Doorgesneden appels of peren, havermout.
• Vinken, mussen, groenlingen en puttertjes: Gemengde zaadjes, zonnepitten, havermout, fijngestampte vetbol.
• Insecteneters als heggenmus, winterkoning en roodborst: Meelwormen (dierenwinkel), havermout, op de grond gevallen restjes vetbol.
• Speciale vogelpindakaas (zonder zout en met de juiste vetten) is bij alle vogels populair!

Onze voedertips:
• Hang of strooi het voedsel op een rustig plekje, waar vogels makkelijk af en aan kunnen vliegen. Zorg ervoor dat katten zich niet vlakbij de voederplek kunnen verstoppen.
• Elke vogelsoort heeft zijn eigen favoriete eetplek: meesjes hangend aan een vetbol in de boom, vink, huismus en roodborstje op de voedertafel. Merels, lijsters en heggenmussen eten graag op de grond, veilig onder een struik.
• Voeder elke dag: liefst vroeg in de ochtend en aan het eind van de middag. 's Ochtends hebben vogels energie nodig na een koude nacht, 's middags bouwen ze juist weer reserves voor de nacht op.
• Heb je veel kauwen of eksters in je tuin? Kies dan onze voedersilo met een 'kooi' erom, alleen kleine vogeltjes kunnen bij de inhoud.
• Voer kleine beetjes tegelijk: zo kan het eten niet bederven en gaat alles op.
• Zorg voor voldoende water. Vriest het? Geef dan wat fijngestampt ijs. Als er sneeuw ligt, is er geen water nodig, vogels 'drinken' door sneeuw te pikken.
• Geef nooit (olijf)olie of margarine: vogels kunnen daar niet goed tegen.
• Houd bij pinda's in de gaten dat ze bij warmer weer niet beschimmelen, dat kan giftig zijn. Alleen 's winters geven dus.
• Maak voederplank, silo, waterbak etc. regelmatig schoon met een harde borstel en heet water. Zo krijgen schimmels en ziektes geen kans. 

Nestkastjes

Veel tuinvogels zijn blij met een nestkast: natuurlijk om in het voorjaar hun jongen in groot te brengen, maar 's winters ook om in te slapen. Nestkastjes lokken vogels naar je tuin: heel leuk om naar te kijken, zeker als er jonge vogeltjes zijn!

Elke vogelsoort kiest zijn eigen type nestkast uit: de verschillen zitten vooral in de grootte van de aanvliegopening en de maat van het kastje. Als je weet welke vogels in je tuin leven, vind je bij Dille & Kamille de juiste nestkast.

Onze tips:
• Hang de nestkast liefst al in de herfst op. Kleine vogels als mezen en winterkoninkjes gebruiken het kastje in de winter ook als warme slaapplek.
• Hang het kastje stevig op zodat het niet kan slingeren of vallen, minstens 2 meter boven de grond. Plaats de opening richting het noordoosten: beschut tegen regen, wind en de middagzon.
• Kies een rustige plek met een vrije aanvliegroute. Zorg ervoor dat katten niet bij de nestkast kunnen komen.
• Hang geen vogelvoer vlakbij de nestkast. Dat zorgt voor ruzie en onrust.
• Heb je plek voor meer nestkastjes? Zorg voor voldoende tussenruimte om ruzie te vermijden. Bij kastjes voor dezelfde vogelsoort ca. 10 m, voor verschillende vogels ca. 3 m.
• Huismussen broeden graag gezellig met soortgenoten bij elkaar. Onze speciale 'mussenflat' heeft meerdere nestruimtes onder één dak.
• Maak nestkastjes elk jaar in september/oktober goed schoon met een harde borstel en heet water. Doe wel huishoudhandschoenen aan!